Willem Endstra

Willem Alexander Arnold Peter Minne Endstra

 

 

Willem Endstra werd op 12 januari 1953 geboren. Aan het begin van de jaren-80 ging hij zich bezighouden met de handel in onroerend goed. Samen met Rob G. richtte hij een beleggingsfonds op. Binnen twee jaar was dit fonds failliet. Endstra zou voor hoge bedragen vastgoed hebben verkocht aan het fonds. Er werd door de curator aangifte gedaan van valsheid in geschrifte en van bedrieglijke bankbreuk.

Zijn naam dook op in het onderzoek naar de bende van Ronald van E. en Ton van D. Hij werd ervan verdacht dat hij de boekhouder zou zijn geweest van die bende. Endstra zou Van E. hebben geholpen met het aanbrengen en verhuren van vastgoed aan het begin van de jaren-90. Van E. bracht Endstra in contact met Van D. Voor hem zou Endstra geld hebben geïnvesteerd in vastgoed. Op 14 februari 1992 werd Endstra ook aangehouden toen politie en justitie de bende oprolden. Na 6 verhoren zou Endstra weer zijn vrijgelaten. Hij zou in die zaak een schikking hebben getroffen van 2,5 miljoen gulden (Er wordt ook een boete van 700.000 gulden genoemd). Ton van D. zou samen met Endstra hebben geïnvesteerd in cacaoloodsen en in de aanschaf van spporwegwagons uit Oost-Duitsland. Uit berekeningen van Endstra en Van D. zou zijn gebleken dat Endstra wel degelijk betrokken is geweest bij het maken van financiële constructies voor het drugsgeld van de bende.

Een aantal jaren daarna, in februari 1995, werd er een inval gedaan bij Endstra op verdenking van financiering van hasjhandel door Hells Angels. Een BV van Endstra, Finoren, zou voor die financiering zijn gebruikt. Ook deze zaak liep voor Endstra met een sisser af. Rond die tijd kwam hij ook in contact met Willem Holleeder. Aan het begin van de jaren-90 was Endstra ook aanwezig geweest op het feest ter ere van de vrijlating van Holleeder en Cor van Hout. Endstra en Holleeder raakten goed bevriend en zouden aan het eind van de jaren-90 vrijwel dagelijks samen de sportschool hebben bezocht. Holleeder introduceerde daar Sam Klepper en John Mieremet bij Endstra. Voor Klepper zou hij zo'n 7 miljoen gulden hebben belegd en voor Mieremet rond de 50 miljoen. Endstra was samen met de partners van Mieremet en Holleeder, Ria E. en Maaike D., aandeelhouder in een aantal bv's, zoals California Properties en Finoren. Samen met Holleeder zou hij participant zijn geweest in Electric BV, dat onder beheer stond van de Imca groep van Erik de Vlieger. Dertig procent van de aandelen van Electric zouden in handen zijn geweest van Nieuwgraaf 114 Holding BV. Aandeelhouders van die BV waren Marcel K., vermeend medewerker van Holleeder en Maaike D., vriendin van Holleeder.

De naam van Willem Endstra kwam ook voor in de berichtgeving rond de moord op twee broers in Breda. In 2002 werd hij er door John Mieremet van beschuldigt dat hij geld wit zou wassen en een soort van bankier was voor de onderwereld. Mieremet zou in de zomer van 2002 met Endstra hebben willen breken en hij wilde zijn investeringen terug. Hij zou met een pistool in zijn hand het kantoor van Endstra zijn binnengestormd. Endstra zou daarna vastgoed verkocht hebben en Mieremet zijn investeringen hebben terugbetaald. De FIOD en de Amsterdamse politie zouden onderzoeken naar hem hebben gestart in verband met fraude, heling en valsheid in geschrifte. Endstra ontkende altijd dat hij zaken deed met criminelen. Nadat een foto werd gepubliceerd van Endstra samen met Willem Holleeder op een bankje in Amsterdam ging het bergafwaarts met Endstra. Zijn zakenpartners trokken de handen van hem af en financiers vertrouwden hem niet meer. Op het moment dat de foto werd gemaakt, werd Endstra waarschijnlijk al enige tijd afgeperst door diezelfde Willem Holleeder. In het voorjaar van 2003 zou Endstra naar de inlichtingendienst van de Amsterdamse recherche zijn gestapt. Wat hij in meerdere gesprekken vertelde was topgeheim. In januari 2004 besloot hij het contact met met de politie te verbreken. Zij wilden dat hij aangifte deed, maar dat durfde hij niet zonder de garantie dat Holleeder voor lange tijd zou komen vast te zitten. In de gesprekken met de politie verklaarde Endstra ook dat hij door Holleeder en enkele Joegoslaven was bedreigd in het kantoor van advocaat Moszkowicz.

In 2003 zou Endstra de president van de Amsterdamse Hells Angels, Willem van B., hebben benaderd om Holleeder te vermoorden. Van B. sloeg het aanbod af. Op maandag 17 mei 2004 werd Endstra rond het middaguur vermoord voor zijn kantoor aan de Apollolaan in Amsterdam. Een dag eerder was hij nog op tv verschenen. Hij ontkende toen dat hij zich bezighield met criminele activiteiten.

In juni 2005 werd bekend gemaakt dat Endstra was afgeperst door Willem Holleeder en dat hij van die afpersing en dreigementen een dagboek had bijgehouden. Endstra zou volgens schattingen tussen de 20 en 30 miljoen euro hebben betaald aan zijn afpersers.

In februari 2006 schreef De Volkskrant dat Mink K. vlak voor de dood van Endstra nog 3 miljoen euro zou hebben geïnvesteerd bij de vastgoedhandelaar. Volgens bronnen rond Endstra zou het geld zijn afgeleverd in meerdere tassen. Het zou daarna zijn doorgesluisd naar Willem Holleeder. Volgens Mink K. zelf is dit bericht onzin.

In het begin van mei 2006 verklaarde advocaat Bram Moszkowicz in een interview met Het Parool dat hij een reeks aantoonbare onjuistheden heeft gevonden in de verklaringen die Endstra heeft afgelegd tegen rechercheurs van de CIE. Hij gaf aan dat hij een getuige heeft opgeroepen die kan verklaren dat Endstra opdracht heeft gegeven voor een moordaanslag.

Op 10 mei komt het AD met het nieuws dat Koos Plooij in 2003 zelf met Willem Endstra zou hebben gesproken. Endstra zou ook verklaringen hebben afgelegd bij de Rijksrecherche. Verder staat in het artikel dat extra dagboekfragmenten en administratie van Endstra in handen van justitie zou zijn gekomen. Endstra zou deze stukken aan zijn notaris hebben gegeven met de opdracht die aan justitie te overhandigen als hij vermoord zou worden.

In mei 2006 werden in een tv-uitzending van Peter R de Vries beeld- en geluidstapes afgespeeld. De tapes zouden bewijzen dat Endstra zou hebben gelogen in zijn verklaringen tegenover de CIE. Het beeld van Endstra louter en alleen als slachtoffer zou volgens De Vries niet juist zijn.

Volgens de gebroeders Van L. zou Endstra verschillende mensen hebben benaderd om Willem Holleeder te vermoorden.

Endstra zou volgens sommige bronnen de opdracht hebben gegeven voor de aanslag op Ronald van E. op 26 december 1999 en voor de aanslag op Ron N. De uitvoering van die laatste aanslag zou naar verluidt zijn geregeld door Willem Holleeder.

Op 17 oktober 2011 werden Ozgur C. en Ali N. opnieuw aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de liquidatie van Endstra. Enkele dagen eerder werd in Polen een 47-jarige Rus, Namik Abbasov, gearresteerd. Abbasov werd ervan verdacht dat hij de schutter zou zijn geweest. Het OM had hem internationaal laten signaleren en verzocht om zijn uitlevering. Op het moordwapen zou zijn DNA zijn aangetroffen en ook zou er celmateriaal zijn aangetroffen op een kogelhuls, een sigarettenpeuk en een rietje, gevonden bij de moordplek op de Apollolaan.

Op 20 oktober 2011 kwam Ozgur C. weer op vrije voeten. De onderzoeksrechter zou hebben geoordeeld dat de verdenkingen tegen C. onvoldoende hard waren om hem langer vast te kunnen houden. Namik Abbasov en Ali N. bleven wel vastzitten. Tegen N. zou volgens de rechter voldoende nieuwe bewijs zijn om hem vast te houden. Volgens zijn advocaat was het nieuwe bewijs echter flinterdun en zou het geen reden zijn om iemand in de cel te houden. Het OM ging in beroep tegen de beslissing om C. vrij te laten.

Op 1 november 2011 maakte de advocate van Ali N. bekend dat ook haar cliënt op vrije voeten was gekomen. De rechtbank besliste dat C. eveneens op vrije voeten bleef. Abbasov zat nog wel in de cel in Polen. Op 17 februari 2012 besliste de rechtbank in Amsterdam dat de voorlopige hechtenis van Abbasov werd verlengd. Zijn advocaat had de rechtbank gevraagd het voorarrest te beëindigen. Volgens hem waren de aanwijzingen om hem langer vast te houden niet hard genoeg. De rechtbank vond echter dat er sprake was van veel belastend materiaal en de voorlopige hechtenis werd verlengd.

In maart 2012 overleed Abbasov aan de gevolgen van een hersenbloeding.

Op 11 oktober 2012 werd bekend dat de Abbasov op weg naar een verhoor en op de luchtplaats van een politiebureau in vertrouwen zou hebben gezegd dat hij mensen rond Willem Holleeder kende en dat hij buiten zijn advocaat om verklaringen wilde afleggen. Hij zou hebben verklaard dat Donald G. de opdracht voor de moord had verstrekt en dat hij bang was dat zijn familie zou worden vermoord als zijn verklaringen via zijn advocaat bekend zouden worden bij zijn opdrachtgevers. Volgens Abbasov werd zijn advocaat betaald door mensen rond Holleeder.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *