Martin Hoogland

Bijnamen: “De Rechercheur”, “Stressie”

 

 

Martin Hoogland werd geboren in 1956. Hij werd een politieagent en diende onder meer op het bureau Warmoesstraat. Hoogland raakte verslaafd aan cocaïne en gokken en toen hij steeds meer contacten kreeg met mensen uit de onderwereld werd hij in 1984 ontslagen. Vlak na zijn ontslag was Hoogland betrokken bij een schietpartij in een obscure dancing in Amsterdam. Hij schiet twee mensen neer. Voor die schietpartij werd hij veroordeeld tot 15 maanden cel. Tijdens die celstraf leert hij Joegoslavisch. Na zijn vrijlating raakte hij bevriend met Duja Becirovic en werd hij diens lijfwacht. Na de moord op Becirovic werkte Hoogland voor diens rechterhand Jotsa J..

 

Volgens geruchten zou hij aan het eind van de jaren-80 ook toenadering hebben gezocht tot de de groep van Johan V. ‘De Hakkelaar’. De naam van Hoogland werd aan het begin van de jaren-90 gekoppeld aan een groot aantal liquidaties.

 

Hoogland werd op 30 juni of 1 juli 1991 gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de moord op Klaas Bruinsma.

 

De moord op Bruinsma, wat niet bekend is gemaakt, dat Johan V., alias de Hakkelaar ook heeft vast gezeten als hoofdverdachte.
Vlak voor zijn liquidatie, op de straat voor discotheek Juliana’s bij het Amsterdamse Hilton-hotel, kreeg Bruinsma van Johan Verhoek en Koos Reuvers een lift aangeboden in de Porsche. Bruinsma verkoos echter een taxi, maar voordat hij kon instappen werd hij door vier kogels dodelijk getroffen.

Op 12 oktober 1992 werd Hoogland door de Amsterdamse rechtbank op 36-jarige leeftijd veroordeeld tot 8 jaar celstraf voor de moord op Bruinsma. Hoogland ging tegen deze uitspraak in hoger beroep.

Hoogland moest op 15 oktober 1992 voor de rechter verschijnen op verdenking van betrokkenheid bij de moord op Tony Hijzelendoorn. Op 9 november stond hij in die zaak voor de Utrechtse rechtbank tijdens een 2e zitting. Volgens de officier van justitie, Koos Spee, zou Hoogland de moordenaar zijn geweest van Hijzelendoorn en had hij die moord in de nacht van 20 op 21 maart 1992 in Wilnis gepleegd. Een eigenaar van een Amsterdamse café verklaarde dat Hoogland de hele avond bij hem in het café was geweest en dat ze daarna samen naar een nachtclub waren gegaan. Een andere getuige verklaarde dat hij Hoogland rond 2 uur ‘s nachts in een café in Amsterdam had gezien.

Steve Brown verklaarde dat Hoogland Hijzelendoorn had vermoord. Zijn verklaring zou zijn ondersteund door de vriendin van Hijzelendoorn die verklaard dat haar vriend zich bedreigd zou hebben gevoeld door Hoogland. Hijzelendoorn zou ook gewaarschuwd zijn voor een op handen zijnde aanslag en hij zou een aanbod hebben gekregen om onder te duiken.

Volgens een Joegoslavische getuige met de bijnaam Ringo had ene “Smiley” Hijzelendoorn vermoord. “Smiley” zou 100.000 gulden hebben ontvangen en zou dat geld aan Ringo hebben laten zien. Ook zouden er mensen zijn langsgekomen die hem zouden hebben gefeliciteerd met de “uitstekende job”.

Op 4 december 1992 eiste Spee een celstraf van 12 jaar tegen Hoogland. Volgens Spee was voldoende aannemelijk gemaakt dat Hoogland Hijzelendoorn had vermoord. Hoogland werd op 17 december door de rechtbank in Utrecht conform die eis veroordeeld. Zijn advocaat tekende direct hoger beroep aan.

Op 5 april 1993 werd op de eerste dag van het hoger beroep bij het Amsterdamse gerechtshof bekend dat er een videoband zou bestaan waarop mogelijk de moordenaar van Klaas Bruinsma was vastgelegd. Het bestaan van de videoband werd genoemd door een 30-jarige nachtwaker. Hoewel de man al vaker werd gehoord als getuige was de videoband nooit ter sprake gekomen. Vanuit de loge van het casino naast het Hiltonhotel zouden de bewegingen op straat zijn geregistreerd. Dat zou kunnen betekenen dat Hoogland, die zijn auto voor het casino zou hebben geparkeerd, op de band zichtbaar zou moeten zijn geweest. Tot dan toe had niemand van de getuigen gezegd Hoogland te hebben zien schieten.

Op 8 april werd bekend dat de videoband was verdwenen. Volgens een rechercheur die de band kort na de moord op Bruinsma had bekeken, stond er ‘niets herkenbaars’ op de band en waren de beelden schimmig. De band was zelfs nooit in beslag genomen.

Op 8 april legde Hoogland voor het eerst een verklaring af over de moord op Tony Hijzelendoorn. Hij verklaarde dat hij de moord niet had gepleegd, maar dat hij in de week voor de moord juist met Hijzelendoorn in onderhandeling was over een drugsdeal. Hijzelendoorn zou 100 kilo softdrugs hebben willen kopen van Hoogland. De deal ging echter niet door omdat Hijzelendoorn op dat moment niet genoeg geld zou hebben gehad. Volgens Hoogland was hij op de avond van de moord op Hijzelendoorn in diens woning in Wilnis geweest op verzoek van Hijzelendoorn zelf. Die zou geld van Hoogland hebben willen lenen. Een getuige bevestigde tijdens de zitting bij het gerechtshof de acute geldnood van Hijzelendoorn.

Tijdens de behandeling van het hoger beroep werd bekend dat enkele getuigen in beide zaken bedreigd waren. Een zakenman die tijdens de rechtszaak had verklaard dat hij Bruinsma tegen Hoogland had horen roepen dat hij niet moest denken dat hij bang voor hem was omdat hij een ex-politieman was. Tijdens de behandeling van het hoger beroep wist de zakenman zich opeens niets meer te herinneren. Er werd bekend dat er 100.000 gulden op zijn hoofd zou staan als hij opnieuw tegen Hoogland zou getuigen.

Een andere getuige zou H. een alibi hebben willen verstrekken. Hij wilde zich terugtrekken als getuige, maar durfde dit niet meer nadat hij door Joegoslaven zou zijn bedreigd.

Op 4 juni 1993 eiste de advocaat-generaal 20 jaar tegen Hoogland voor de moorden op Bruinsma en Hijzelendoorn. Hij vond dat wettig en overtuigend was bewezen dat Hoogland de moorden had gepleegd. De president van het gerechtshof zou tijdens de zittingen hebben laten merken dat hij moeite had om zich een goed oordeel te vormen over de zaak, omdat door een gebrek aan hard bewijs zelfs de kleinste details belangrijk konden zijn.

De advocaat van Hoogland was furieus op het OM omdat het Steve Brown een vrijgeleide zou hebben verschaft in ruil voor zijn getuigenis tegen Hoogland. Volgens advocaat Boone zou Hoogland zonder Brown niet veroordeeld kunnen worden en kwam hij dus als geroepen voor het OM.

In 1993 werd hij veroordeeld tot 20 jaar cel voor de moorden op Klaas Bruinsma en Tony Hijzelendoorn. Hij werd voornamelijk veroordeeld op basis van een getuigenverklaring van Steve Brown.

Op 18 maart 2004 werd Hoogland in Hoorn geliquideerd. Hij zou in juli 2004 vrijkomen en was overgeplaatst naar de halfopen penitentiaire inrichting. Hij mocht die regelmatig verlaten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *