Koos Reuvers in Spanje gearresteerd

Theodorus R. 

 

 

"Koos"

Koos R. werd geboren in Tiel op 11 oktober 1954. Hij zou de rechterhand zijn van Johan V. en de leider van de divisie verkoop en incasso. R. zou verantwoordelijk zijn geweest voor het incasseren en transporteren van het geld dat afkomstig was uit de handel in hasj.

In december 1993 zou bij de RCID Gooi- en Vechtstreek informatie zijn binnengekomen dat Johan V. en Koos R. een criminele groepering aanstuurden. De RCID startte vervolgens het zogenoemde SRV-onderzoek. Het zou een onderzoek zijn geweest naar criminele groeperingen die in contact stonden met V. en R. In augustus 1994 zou het SRV-onderzoek zijn opgesplitst in drie delen. Het deel over V. en R. zou zijn overgedragen aan de FIOD die ook al met een onderzoek naar beiden bezig was: het kolibrie-onderzoek.

In april 1995 zou zijn besloten tot een gecontroleerde aflevering van 5000 kilo hasj, die zouden worden ingevoerd door V. en R. Uiteindelijk werd in mei 1995 dit zogenoemde 5000-kilo-traject afgeblazen door de officieren van justitie Teeven en Valente.

Op 18 februari 1996 werd hij gearresteerd. 

Op 13 januari 1997 werd een celstraf van 6 jaar geëist tegen Koos R. en op 7 februari 1997 werd hij tot 5 jaar cel veroordeeld. Volgens De Telegraaf was R. na de uitspraak lijkbleek weggetrokken en zou hij aangeslagen de rechtszaal hebben verlaten. Zijn advocaat kondigde aan in hoger beroep te gaan. 

Tijdens het proces tegen R. was een grote rol weggelegd voor kroongetuige Ad K. Hij zou R. hebben genoemd als één van de leiders van de organisatie en zelf zou K. niet zo'n grote rol hebben gespeeld. Als 'bewijs' voor het feit dat R. een leider zou zijn geweest verklaarde hij dat R. bij veel besprekingen aanwezig was geweest, hoewel hij daarbij zelden iets gezegd zou hebben. De verdediging stelde vervolgens vast dat K. zelf ook bij die besprekingen aanwezig was geweest en dat ze daarom beiden wellicht op hetzelfde niveau opereerden binnen de organisatie.

Op 8 september 1997 begon het hoger beroep bij het gerechtshof in Amsterdam. De advocaat van Koos R. trok op de eerste dag direct aan de noodrem toen zijn cliënt spontaan inging op vragen van het hof. Na een gesprek tussen advocaat Spong en R. hield hij verder zijn mond. De rechtbank had R. onder meer vragen gesteld over een uitspraak van R. dat hij ten onrechte werd gezien als rechterhand of lijfwacht van Johan V.. R. had gezegd: “Dat ik toevallig veel mensen ken uit het criminele circuit, wil nog niet zeggen dat ik zelf een leidinggevende rol in een criminele organisatie speel. De mensen die dat verklaren hebben dat niet van mij of hebben er zelf belang bij mij te belasten.” R. gaf toe dat hij bij besprekingen aanwezig was geweest, maar hij ‘zat er alleen bij’ en had ‘niet geluisterd naar wat er besproken werd’. Het gerechthof had ook vragen over een bankrekening bij de Femis-bank die de geboortedatum van R. als toegangscode had. Volgens R. was dat toeval. De verklaringen van R. leken de verklaringen van kroongetuige Ad K. te bevestigen.

Op 10 september kwam R. terug op de uitspraken die hij twee dagen eerder had gedaan. Volgens R. was zijn verklaring verkeerd opgevat, voornamelijk door de pers. De president van het hof verzekerde R. dat het college zijn verklaring niet had opgevat als een bevestiging van de verklaringen van kroongetuige K..

In hoger beroep werd er op 29 december 1997 vijf jaar cel tegen hem geëist. De strafeis was lager dan de eis voor de rechtbank omdat hij zijn voorarrest in de strengste gevangenis van Nederland had uitgezeten. R. werd tot 3,5 jaar cel veroordeeld. Deze uitspraak vond plaats op 30 januari 1998. Koos R. viel tijdens het proces afentoe half in slaap.

In oktober 1997 kreeg Koos R. van de rechtbank toestemming om zijn zoontje een kwartier lang te knuffelen. Tot dan toe had hij zijn zoontje hooguit een hand kunnen geven. Het knuffelen gebeurde in de lege rechtszaal, onder de ogen van 8 bewakers.

De gevangenisdirectie van de EBI in Vught was het hier niet mee eens blijkbaar, want ze strafte Koos R. met een aantal dagen in de isoleercel. Volgens verschillende bronnen om zijn ontlasting te laten onderzoeken op explosieven (!).

De advocaat van R. diende daarop een klacht in bij de minister van justitie. Hij eiste onder meer een ton schadevergoeding. De directie van de gevangenis zou bang zijn geweest dat R. met behulp van zijn 5-jarig zoontje zou proberen te ontsnappen..

Op 10 oktober 2002 onthulde Peter R. de Vries in zijn programma dat Koos R. bijna het slachtoffer was geworden van een huurmoord. Degene die was ingehuurd om de moord te plegen, wilde naar eigen zeggen echter zijn leven beteren en schakelde daarom De Vries in. Op zaterdag 5 juli 2003 werd R. gearresteerd in Amsterdam op verdenking van mishandeling.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *