Jesse R

Jason Franklin R.

“Jesse”

 

 

Jesse R. werd geboren op 31 mei 1968. Hij is een zoon van Greg R.. Bij de geboorte van Jesse R. zou Henk Orlando R. ook aanwezig geweest zijn en hij zou de peetvader van Jesse zijn geworden.
Hij zou betrokken zijn geweest bij meerdere liquidaties. In december 1993 zou R. een overval hebben gepleegd op een geldtransport in Mijdrecht. Het kwam tot een schietpartij met de politie en R. zou gewond geraakt zijn.
Op zijn 24e werd R. verdacht van de moord op sportschoolhouder Tonnie van Maurik. R. kwam vrij wegens gebrek aan bewijs. Kort daarop werd hij verdacht van een overval. Toen hij gearresteerd zou worden, schoot hij op twee agenten, van wie er één zeer ernstig gewond raakte. R. werd in 1996 tot 12 jaar veroordeeld voor de overval en de schietpartij. In 1994 werd R. ook aangehouden als verdachte van de moord op Henie Shamel in mei 1993 in Antwerpen. Hij kwam al snel weer vrij wegens gebrek aan bewijs.
Aan het eind van de jaren-90 zou R. samen met Giuseppe La S., die hij rond 1997 in de gevangenis in Utrecht had leren kennen, in de drugshandel zijn gegaan. Een hasjhandelaar die vanuit Marokko opereerde zou later verklaren dat La S. een zakenpartner zou hebben willen laten vermoorden door twee junks. De zakenpartner raakte gewond, maar overleefde de aanslag. Hij verklaarde dat hij geïnvesteerd geld zou hebben teruggeëist van La S. en R. en dat hij vermoedde dat het tweetal achter de aanslag zat.
R. werd in Marokko gearresteerd en Nederland heeft om zijn uitlevering verzocht. Hij zou worden verdacht van de moorden op Cees Houtman, Cor van Hout, Henk Boom en Nedim Imac. Volgens La S. zat R. ook achter een mislukte aanslag op de Joegoslavische crimineel “Momo” P. op 1 juli 1999.
In november 2004 zou R. uit de gevangenis zijn bevrijd door o.a. La S. Na ongeveer een maand werd hij weer gearresteerd.
R. zou intensief contact hebben gehad met Sjaak B., die werd verdacht van het leveren van wapens voor diverse liquidaties. Uit afgeluisterde telefoongesprekken zou zijn gebleken dat de twee zich grote zorgen maakten over de contacten van Peter La S. met de politie.
R. zou Pel Friedländer, de zoon van Rolf, hebben bedreigd. Pel zou 100.000 gulden aan R. hebben moeten betalen omdat hij ‘iets zou hebben’ met een vriendin van R. Volgens Pel Friedländer zou R. achter de beschieting van de auto van zijn vader hebben gezeten.
Aan het eind van januari 2008 werd R. door Marokko uitgeleverd aan Nederland. Justitie zou hem ook verdenken van betrokkenheid bij de moorden op Djordje Ilic en Salim Hadziselimovic in 1993.
Peter La S. verklaarde in 2006 dat R. hem had verteld dat hij Tonnie van Maurik had vermoord en dat Freek S. en Mohammed “Moppie” R. hem daarbij geholpen hadden. Volgens La S. en een andere getuige was er de dag voor zijn dood al een aanslag gepland op Van Maurik bij het NS station in Breukelen.
Volgens Peter la S. was R. betrokken bij de liquidatie van Cor van Hout. Hij zou hebben verteld dat hij 500.000 gulden zou hebben kunnen verdienen met de aanslag. Volgens La S. waren het Fred R. en Sjaak B. die de liquidatie uiteindelijk uitvoerden. Ook vertelde La S. dat Jesse R. er ‘heel trots’ op was dat hij de opdracht voor de moord op Van Hout had gekregen. R. zou volgens La S. ook betrokken zijn gewest bij de moorden op Arnold Pels, Gerrie Betlehem en Nedim Imac. De opdracht voor de moord op Pels zou van Danny K. zijn gekomen en Betlehem zou zijn vermoord na een conflict over 130 kilo softdrugs of cocaïne. Volgens La S. had R. hem een foto laten zien van het lichaam van Betlehem.
In 2008 verklaarde La S. dat Jesse R. betrokken was bij de mislukte moordaanslag op de Engelsman Russel Jones. Die werd op 26 oktober 2000 beschoten op het IJsbaanpad in Amsterdam. Volgens La S. waren het Jesse R. en Gilbert R., zoon van Henk Orland R., die de aanslag pleegden.
De advocaat van R. vond dat de Nederlandse staat schuldig was aan het feit dat R. een onmenselijke en vernederende behandeling had ondergaan in een Marokkaanse gevangenis. Aan het begin van maart 2009 verwierp de rechtbank in Amsterdam dat betoog. R. was, volgens de rechtbank, kennelijk vrijwillig naar Marokko gegaan en hij nam zo bewust het risico dat hij daar in de cel zou belanden, en door zich tegen zijn uitlevering te verzetten, had hij de uitlevering niet bespoedigd.
Op 11 oktober 2011 werd Harrie W. als getuige gehoord in het grote liquidatieproces. Hij verklaarde dat Henk Orlando R. en “Moppie” R. hem in vertrouwen hadden verteld over enkele liquidaties. Zo zouden ze verteld hebben over de liquidaties van Van Maurik, Ilic, Hadziselimovic, Shamel en Anne de Wit. Ook verklaarde W. over de moord op drugshandelaar Ton de Bruin in 1992. Jesse R. zou in vrouwenkleren bij De Bruin hebben aangebeld en hem hebben doodgeschoten. Jesse R. had in de rechtbank geen behoefte om te reageren op de verklaringen van W..
Op 7 januari 2012 meldde Het Parool dat Peter la S. op 12 september 2006 een verklaring zou hebben afgelegd bij de recherche over de moord op Thomas van der Bijl. Volgens La S. zou Jesse R. hem bij een Chinees restaurant hebben verteld dat ‘Thomas prioriteit had en dat dat van Willem afkwam’. In de verklaring zou La S. ook hebben gezegd: “Voor mij is algemeen bekend dat Jes voor Holleeder werkt’.
La S. zou op dezelfde dag ook hebben verklaard dat R. de opdracht voor de moord op Cor van Hout rechtstreeks van Holleeder had gekregen. Verder verklaarde La S. dat R. een miljoen euro zou zijn geboden door iemand die werkte voor Mieremet. Voor het miljoen zou R. Holleeder hebben moeten vermoorden.
Op 25 mei 2012 eiste het OM een levenslange celstraf tegen Jesse R..
Op 29 januari 2013 werd Jesse R. tot conform de eis tot levenslang veroordeeld. Volgens de rechtbank was hij betrokken bij zes moorden en een aantal pogingen daartoe. R. zou van jongs af aan naar een carriere in de criminaliteit hebben gestreefd. De advocaat van R. kondigde aan dat zijn cliënt zo goed als zeker hoger beroep tegen zijn veroordeling zou aantekenen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *