Het proces tegen Etienne U en zijn vermeende organisatie

Wat als justitie mee was met zijn tijd ?

 

Het proces tegen Etienne U. en zijn vermeende organisatie

Op 2 juli 1997 begon de rechtszaak tegen Etienne U. en 32 medeverdachten met een pro forma-zitting. De advocaat van U. verklaarde dat het OM geen recht had om U. te vervolgen omdat zij te veel fouten zou hebben gemaakt. Volgens advocaat Korvinus was de vraag of het OM een man kon vervolgen die zij zelf ooit bestreed door grootschalige drugsimporten toe te staan. Volgens Korvinus was bij het onderzoek tegen U. informatie gebruikt uit het ‘besmet’ verklaarde IRT-onderzoek.

Op 3 juli 1997 wees de rechtbank de verweren van Korvinus af. Volgens de rechtbank was de invoer van drugs door criminelen niet vergelijkbaar met de gecontroleerde invoer zoals in de IRT-affaire.

De zaak werd aangehouden tot 1 september omdat het onderzoek nog niet was afgerond.

Op 3 november 1997 begon in Amsterdam de inhoudelijke behandeling van de zaak tegen U. en zes medeverdachten. De advocaat van één van de verdachten betoogde tijdens de eerste procesdag dat de Haarlemse justitie bewust zou aansturen op vrijspraak voor U.. Daarmee zou justitie willen bewijzen dat reguliere opsporingsmethoden niet toereikend zouden zijn om een drugsbaas als U. achter de tralies te krijgen. De politie zou volgens de Haarlemse justitie nieuwe opsporingsmethoden ten onrechte hebben veroordeeld tijdens de IRT-affaire. Volgens de advocaten Moszkowicz en Korvinus was het hele proces ongeldig. Het bewijs tegen hun cliënten zou afkomstig zijn uit het besmette IRT-onderzoek en dat zou niet mogen worden gebruikt.

De advocaten vroegen de rechtbank om tientallen getuigen te mogen horen. Een groot deel van die getuigen waren hoofdpersonen uit de IRT-affaire. De advocaten wilden met de verklaringen van deze getuigen aantonen dat het bewijs tegen de vermeende bende van U. was verkregen met de omstreden opsporingsmethoden van het IRT. De rechtbank zou daarom het OM niet ontvankelijk moeten verklaren. Onder de getuigen die de advocaten wilden horen bevonden zich politiemensen Onno van der Veen, Klaas Langendoen, O. Dros, A. Augusteijn, J. van den Berg en Joop van Riessen, officieren van justitie Irene Gonzales, Jules Wortel, M. van Capelle en J. Kuitert en Tweede-Kamerlid Thom de Graaf die deel uitmaakte van de commissie Van Traa. Het OM had geen bezwaar tegen het verhoor van Onno van der Veen. Over het horen van de andere getuigen moest de rechtbank een uitspraak beslissen.

Advocaat Korvinus beschuldigde officier van justitie Gonzales ervan dat ze tijdens eerdere verhoren had gelogen over het gebruik van oud-IRT-materiaal. Volgens de advocaat zou Gonzales hebben geklogen over afgetapte telefoongesprekken die zouden zijn gebruikt in het onderzoek naar U.. In 1993 zou de rechter-commissaris hebben gelast dat het materiaal moest worden vernietigd, maar volgens Korvinus had Gonzales in 1994 opdracht gegeven om de tapgegevens uit de computer te halen en operationeel te maken.

Het OM ontkende op 4 november dat het in de zaak tegen U. gebruik had gemaakt van informatie uit het IRT-onderzoek.

Op 7 november 1997 besliste de rechtbank in Amsterdam dat U. niet vervolgd mocht worden voor de omvangrijke hasjsmokkel waarvan het OM hem verdacht. U. zou door Frankrijk niet zijn uitgeleverd op de gronden waar justitie hem voor wilde vervolgen. Ook de aanklachten wegens wapenbezit, valsheid in geschrifte en het gebruikmaken van valse papieren kwamen te vervallen. U. mocht alleen nog vervolgd worden voor lidmaatschap van een criminele organisatie en belastingontduiking. Het OM liet in een reactie weten dat het zou proberen om de hasjhandel onder de aanklacht ‘lidmaatschap van een criminele organisatie’ te laten vallen.

De verweren van de andere advocaten werden door de rechtbank verworpen. Zij hadden aangevoerd dat er tegen hun cliënten te weinig bewijs was om hen te kunnen vervolgens wegens hasjhandel. De rechtbank liet weten dat dit tijdens de rechtszaak pas zou blijken. De rechtbank wees veel aanvragen voor het horen van getuigen af. Wel moesten de officieren van justitie Gonzales, Mooij, Kuiter en Wortel en de politiemensen Dros, Van den Berg en Augusteijn als getuige naar de rechtbank komen.

U. reageerde opgelucht op de schrappen van de aanklacht voor hasjhandel. Tijdens een schorsing van de zaak ging hij op de stoel van de rechtbankpresident zitten en keek hij zijn medeverdachten, advocaten en bewakers aan. “U mag allemaal naar huis”, sprak hij met een breed gebaar naar zijn medeverdachten. Eerder op de dag hadden U. en zijn medeverdachten nog om in de rechtszaal te verschijnen. Ze hadden haltgehouden in de catacomben van de rechtbank. U. wilde dat de camera’s uit de rechtszaal verwijderd zouden worden. Zijn afbeelding en die van een medeverdachte waren eerder die week in een krant verschenen en dat had kwaad bloed gezet. Pas nadat de rechter strenge voorwaarden aan de cameramensen had opgelegd, betraden U. en de anderen alsnog de rechtszaal.

Op 14 november 1997 wilde het OM een interview tussen U. en Bas van Hout aan het dossier toevoegen. Volgens U. zelf was het interview een op verzinsels gebaseerd rollenspel. Advocaat Korvinus meende dat justitie het interview illegaal in handen had gekregen en hij vond dat het niet gebruikt mocht worden. Het interview was bij de aanhouding van U. in Parijs aangetroffen in zijn koffer. Een Nederlandse politieman die bij de aanhouding aanwezig was, werd door de Franse politie attent gemaakt op de vondst van de papieren. Deze politieman, een rechercheur van het Kernteam Randstad Noord en Midden, verklaarde op 14 november anoniem voor de rechtbank dat hij had gevraagd aan zijn Franse collega´s of het stuk in beslag genomen was. Hij had geen antwoord gekregen, maar wel een kopie van de documenten. Deze had hij in dank aanvaard en vervolgens was hij terug naar Nederland vertrokken. Nederland verzocht later in een rechtshulpverzoek om toezending van het originele document, maar de Fransen lieten weten dat dit juridisch niet mogelijk was omdat het niet in beslag was genomen. Het OM was van mening dat de rechercheur er van uit mocht gaan dat het document rechtmatig was verkregen omdat de Fransen zelf een kopie hadden gegeven.

De rechtbank zou op 17 november beslissen of het interview met de belastende verklaringen zou worden toegelaten.

Op 14 november werd ook besloten dat Ad K., de kroongetuige in het proces tegen Johan V., zou worden gehoord als getuige. Hij zou volgens het OM verklaringen kunnen geven over Pakistaanse drugshandelaren die behalve aan V. ook aan U. hasj zouden hebben geleverd.

Op 1 december werd een politie-inspecteur van het Kernteam Randstad Noord en Midden gehoord als getuige. Hij werd met name ondervraagd over een procesverbaal waar zijn verbalisantennummer onder stond, maar niet zij handtekening. Er stond wel een onleesbare krabbel onder. De politie-inspecteur verklaarde dat de krabbel niet van hem was. Hij vertelde dat het wel vaker voorkwamen dat de ene agent het proces-verbaal schreef en van zijn nummer voorzag, terwijl een ander het stuk tekende. Het betreffende proces-verbaal bevatte telefoongegevens die zouden moeten aantonen dat U. in Nederland woonachtig was geweest. Dat was van belang voor de aanklacht van belastingontduiking. Het proces-verbaal zou hoogstwaarschijnlijk niet als bewijslast worden toegelaten door de rechtbank.

Op 8 december 1997 diende de verdediging een verzoek tot wraking van de rechtbank in. Volgens de advocaten had de rechtbank ‘de schijn van partijdigheid’ over zich. De rechtbank had verschillende verzoeken tot het horen van getuigen, het onderzoeken van vermeend illegaal verkregen bewijslast en het overleggen van stukken van de hand gewezen. Volgens advocaat Korvinus was ‘de rechtbank blijkbaar niet meer geïnteresseerd in het horen van de waarheid’. “Mijn cliënt heeft het gevoel dat hij geen eerlijke berechting krijgt. Hij was vanaf het begin al bang dat de rechtbank zich zou laten beïnvloeden door de negatieve publicaties over hem. En die vrees lijkt nu uit te komen. En als het voor een raadsman niet meer mogelijk is uit te leggen dat de besluiten van de rechtbank in redelijkheid zijn genomen en niets zeggen over de afloop van de zaak, dan kom je tot zo’n wrakingsverzoek. En het doet pijn in het hart, want wat mij betreft hoeft dit proces niet over”, aldus Korvinus.

Op 10 december werd het verzoek van de advocaten tot wraking door de wrakingskamer van de rechtbank in Amsterdam verworpen. Volgens de kamer was niet gebleken dat de betrokken rechters vooringenomen zouden zijn.

Justitie begon op 17 december 1997 met het requisitoir. Het slotwoord van justitie was zo uitgebreid dat justitie ook op 18 december nog enkele uren nodig had voor de strafeisen bekend zouden worden gemaakt. Tijdens het requisitoir werd U. plotseling onwel. Hij werd leekblijk en naar adem happend naar zijn cel afgevoerd. Na een korte schorsing kwam justitie met de eisen. “U. speelt de vermoorde onschuld. Hij is niet de charmante, zelfbewuste en soms innemende persoon zoals hij zich tijdens het proces heeft voorgedaan. Het is een onberekenbare en gevaarlijke man. Justitie is erin geslaagd de echte leider in te rekenen”. U. hoorde vervolgens hoofdschuddend de eis tegen zich uitspreken: 7,5 jaar gevangenisstraf. Volgens justitie was U. een man met twee gezichten. “Hij doet zich voor als een keuring zakenman. Woont in een keurig huis in de concertgebouw-buurt in Amsterdam, rijdt een nette burgermansauto en doet zijn best om in een andere wereld dan zijn criminele wereld een gerespecteerd burger te worden”, aldus de officier van justitie. Tegen Bertus C. werd 6 jaar cel geëist. Tegen Ed S. eiste het OM 5 jaar. Ook tegen Chi Tung C. werd 5 jaar geëist.

Vanaf 19 december hielden de advocaten hun pleidooien. Ze hadden hier drie dagen voor nodig.

Advocaat Moszkowicz bepleitte op 19 december dat justitie in de zaak op basis van uiterst magere verdenkingen naar het bewijs had toegewerkt. Volgens hem bevatte het dossier ‘vooral veel ruis’, en werd ‘het bewijs uiteindelijk niet gevonden’.

Op 26 januari 1998 werd U. tot 6 jaar celstraf veroordeeld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *