Geert M

"Gerrie"

 

Geert M. werd in mei 1961 geboren in Musselkanaal. In 1985 pleegde M. een gewapende overval op een geldloper, die hij door de knie schoot. Hij werd gearresteerd en tot 4,5 jaar celstraf veroordeeld. Daarna werd hij nog 4 keer veroordeeld tot in totaal 18 jaar cel.

Hij werd verdacht van betrokkenheid bij de moord op Math Hüren. Zowel M. als Hüren waren actief in de handel in hasj. M. zou Hüren ervan hebben verdacht dat hij geld achterover had gedrukt. In oktober 1997 zou Hüren op 55-jarige leeftijd in Veelerveen met 9 pistoolschoten zijn vermoord door M. op het erf van diens boerderij aan de Bovenvenneweg. Het lichaam van Hüren zou daarna zijn verbrand.

M. werd een half jaar na de moord op Hüren gearresteerd in Engeland wegens het smokkelen van 1000 kilo softdrugs. De politie was vroegtijdig op de hoogte van het transport en onder de codenaam Knoest (of Knoet) werden M. en zijn handlangers maandenlang geschaduwd en afgeluisterd, zeker vanaf september 1997. Ook in de periode dat Hüren werd vermoord, was dat het geval, maar de moord was toch onopgemerkt gebleven.

In april 1998 ontdekte de politie dat er voorbereidingen werden getroffen voor een drugstransport naar Engeland. De drugs werden verstopt in een graafmachine die naar Engeland werd verscheept. Op 12 april 1998 werd M. gearresteerd door de Engelse douane. Samen met M. werden nog twee andere Groningers gearresteerd. In Engeland werd M. tot 8 jaar celstraf veroordeeld. Eén van de andere Groningers werd ook tot 8 jaar veroordeeld en de andere tot 6 jaar. Uit stukken van de zaak bleek dat het drugstransport vanuit Groningen via Vlissingen naar Engeland werd gevolgd door de politie in Groningen. Volgens de advocaat van M. was er sprake van een verkapte vorm van uitlevering. De politie had de verdachten ook al in Nederland kunnen arresteren. Het OM ontkent dat de aanhouding van de drie Groningers een vorm van verkapte uitlevering was. De ‘gecontroleerde aflevering’ van de drugs in Engeland was in overeenstemming met de geldende regels.

In april 2002 zou M. vrijkomen. Hij vreesde echter dat hij voor de moord op Hüren zou worden uitgeleverd aan Nederland en om die reden schreef hij een brief aan een kennis met het dringende verzoek om de enige getuige van de moord, Koos Z., te liquideren. De kennis gaat echter met de brief naar de politie. Door de brief werd bekend wat er met Hüren was gebeurd. Tot die tijd stond Hüren als vermist te boek.

In 2003 werd hij aan Nederland uitgeleverd om zijn straf in eigen land uit te zitten. M. zat zes weken in het Pieter Baan Centrum ter observatie. Op 21 oktober 2004 werd er een levenslange celstraf tegen M. geëist.

Op 4 november 2004 werd M. op 43-jarige leeftijd tot 20 jaar celstraf veroordeeld. Volgens de rechtbank had hij ‘beredeneerd’ en ‘gewetenloos’ zijn zakenpartner Hüren omgebracht. Ook bestond er volgens de rechtbank gevaar voor herhaling. De rechtbankvoorzitter gaf aan dat de rechtbank een levenslange celstraf ‘een te zware straf’ vond. “Ook bij de meest ernstige misdrijven geldt het uitgangspunt dat de pleger in beginsel uitzicht moet hebben op terugkeer in de samenleving.”

Op 16 november 2004 besloot het OM tegen de uitspraak van de rechtbank in beroep te gaan. Het OM maakte direct bekend dat het in hoger beroep opnieuw levenslang tegen M. zou gaan eisen. Volgens het OM was M. zo gevaarlijk dat hij niet terug mag keren in de samenleving.

Op 19 april 2005 diende het eerste deel van de zaak in hoger beroep in de extra beveiligde rechtszaal De Bunker in Amsterdam. Uit veiligheidsoverwegingen was gekozen voor die locatie.

Tijdens een pro-formazitting bij het gerechtshof in Leeuwarden leek het gerechtshof te twijfelen aan de geestesvermogens van Geert M.. M. weigerde elke medewerking aan een onderzoek. Justitie besloot alle informatie die ze had over M. voor te leggen aan forensische psychiaters en psychologen. Het hof hoopte dat zij iets konden zeggen of M. al dan niet toerekeningsvatbaar was.

Op 18 januari 2006 gaf M. aan dat hij onder geen beding wilde meewerken aan een psychiatrisch onderzoek. Hij hoopte daarmee TBS te ontlopen.

Op 5 juli 2006 werd er opnieuw een levenslange celstraf tegen M. geëist.

Het gerechtshof in Leeuwarden veroordeelde M. op 19 juli 2006 conform de eis tot levenslang. Het hof omschreef M. als gewetenloos, haatdragend en wraakzuchtig. Er werd bij hem een lijst gevonden met daarop namen van mensen, onder wie twee politiemensen en een officier van justitie die ook vermoord moesten worden. Het hof deelde de angst van het OM dat diverse mensen voor hun leven moesten vrezen als M. ooit vrij zou komen.

M. verzocht de Hoge Raad om het arrest te vernietigen. De Hoge Raad verklaarde M. echter niet ontvankelijk omdat hij zich niet liet bijstaan door een advocaat. Daarmee werd de levenslange celstraf van M. onherroepelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *