De organisatie van Ton van D en Ronald van E

De organisatie van Ton van D. en Ronald van E. kwam naar voren in het zogenoemde Extase-onderzoek.

 

 

De organisatie zou worden geleid vanuit Rotterdam en zou een vertakkingen hebben in Groot-Brittannië en Amsterdam en een witwasafdeling in Antwerpen. In sommige publicaties is de organisatie de Rotterdamse tak van Delta genoemd. In andere publicaties is juist Mink K., een van de veronderstelde leiders van Delta, lid geweest van de bende van Van D. en Van E. en zou Delta de Amsterdamse tak zijn geweest van de organisatie van Van D. en Van E.

 

De omzet van de bende zou in de honderden miljoenen guldens hebben gelopen. Kopstukken van de bende zouden via Ierse b.v. ‘s in Dublin woningen hebben laten kopen. Zo was de vriendin van Ton van D. bestuurslid van een bedrijf in Dublin dat onroerend goed opkocht in Griekenland en handelde in vruchtensappen.

 

De organisatie kwam voor in het Van Traa rapport. Onderstaande komt uit dat rapport:

 

De XTC-zaak die bijna vijf jaar geleden door het vroegere IRT Noord-Holland-Utrecht onder de naam Extase werd «gedraaid», heeft laten zien dat de productie en distributie van synthetische drugs somtijds in handen is van een vrij goedgeorganiseerde criminele groep en dat er enorme sommen geld mee kunnen worden verdiend (Cortebeeck, 1994). Deze groep was van gemengde, Belgisch-Nederlandse, origine. Zij telde zo’n twintig personen die – alleen of met anderen – betrokken waren bij alles wat er zoal komt kijken bij een illegale onderneming als deze: de aanschaf van panden, de inrichting van laboratoria, de aankoop van grondstoffen, het produceren van de drugs, de distributie van de pillen, de beveiliging van de locaties, de investering van de winsten en andere. Volgens experts van de CRI had «de organisatie» in totaal de beschikking gehad over een bedrag van maximaal 264 miljoen en minimaal 72 miljoen ten behoeve van de aanwending in diverse activa. Hiervan kon, in relatie tot de kasadministratie, evenwel slechts 15 miljoen worden getraceerd.

 

Ton van D. en Ronald van E. zouden de leiders van de organisatie zijn geweest. Zij werkten samen met een Belgische arts, Danny Leclère, die de xtc zou hebben geproduceerd. Op 14 februari 1992 wordt de organisatie opgerold. De politie deed in 11 gemeenten in de Randstad invallen. Tweehonderd agenten deden tegelijkertijd invallen op 31 adressen in o.a. Rotterdam, Amsterdam, Zandvoort, Schiedam, Vlaardingen, Brielle en Amstelveen. Er werd voor 150 miljoen gulden aan amfetamine en xtc in beslaggenomen en er werden 13 vuurwapens aangetroffen. In 1991 zou de bende 300 gulden omzet hebben gehad. Een groot deel van de opbrengst werd geïnvesteerd in onroerend goed, de exploitatie van 06-lijnen, een vakantieproject in Indonesië en in de bouw en exploitatie van cacaoloodsen in Amsterdam. Onder de arrestanten is ook Willem Endstra die de witwasser van de organisatie zou zijn.

 

Ton van D. ontsnapte in juni 1992 uit de gevangenis. Hij werd in augustus 1993 opnieuw gearresteerd. Ronald van E. werd op 26 december 1999 voor zijn woning aan de Minervalaan in Amsterdam door het hoofd geschoten. Sindsdien zou hij in een rolstoel zitten. De Belgische arts Leclère mocht in maart 1993 de begrafenis van zijn moeder bijwonen. Hij kwam niet meer terug. Op 20 mei 1993 werd hij doodgeschoten op de ringweg rond Amsterdam.

 

In het najaar van 1993 verklaarde commissaris Wilzing, directeur van de CRI, dat de organisatie nog voor driekwart zou functioneren in dezelfde branche en met dezelfde productielijnen. Het IRT zou een deel van de bende met rust hebben gelaten omdat men hoopte dat men zich zou krijgen op de top van bende.

 

 

In het proces tegen Ton van D. en Ronald van E. hadden de advocaten het idee dat er gebruik was gemaakt van omstreden opsporingsmethoden. Een oud-IRT-commissaris werd tijdens het hoger beroep proces op 8 februari 1994 opgeroepen als getuige. Hij verklaarde tot driemaal toe dat er inderdaad omstreden opsporingsmethoden waren gebruikt. Op 11 februari 1994 ontkende hij dit echter. “Ik moet me hebben vergist. Dat verbaast mijzelf ook. Gemiddeld gesproken mag ik over het functioneren van mijn geheugen niet mopperen’. De verdediging beticht de commissaris daarop van meineed, maar zover wil het hof niet gaan. Ze nemen genoegen met de uitleg van de commissaris dat hij doorkreeg dat hij zich had vergist na een gesprek met een oud-collega van het IRT.

One thought on “De organisatie van Ton van D en Ronald van E”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *