Hakkelaar

De Hakkelaar, De Stotteraar Verhoek

Johan Verhoek   Bijnamen: “De Hakkelaar” ”De Stotteraar”.

Hakkkelllaaarttje

 

 

Dochter ‘De Hakkelaar’: ‘Astrid Holleeder had relatie met mijn vader en aasde op prostitutie-panden.’

Johan Verhoek werd op 2 juli 1954 in Leidschendam geboren. Hij is vader van 4 kinderen en heeft altijd gewoond in woonwagens en woonboten, verspreid over Nederland. Hij verdiende zijn eerste geld met de handel in auto’s. Zo zou hij in Blaricum hebben gewerkt als handelaar in luxe auto’s. Halverwege de jaren-80 nam Verhoek de drugsbende van Rene S. over. Hij werd steeds machtiger en zou Klaas Bruinsma hebben benaderd om samen te werken. Bruinsma zou echter nogal lacherig hebben gedaan over de kamper achtergrond van de Hakkelaar en zou de Hakkelaar voor gek hebben gezet. De Hakkelaar was hierover woedend en hij besloot de zaken van Bruinsma langzaam over te nemen. Toen Bruinsma dit doorkreeg wilde hij alsnog samenwerken. De Hakkelaar is meerdere malen genoemd als opdrachtgever voor de moord op Bruinsma. Sinds 30 september 1988 woonde de Hakkelaar officieel in Paraguay. Hij stond daar bekend als handelaar in onroerend goed. De Hakkelaar sloot een verbond met de Pakistaanse drugshandelaar Asif Ali Khan en kreeg zo het monopolie op invoer en doorvoer van Pakistaanse hasj. Aan het eind van de jaren-80 richtte de Hakkelaar zich op de Noord-Amerikaanse markt en dan met name op Canada. Het onderzoek tegen de Hakkelaar vorderde traag omdat de politie op ‘een muur van angst’ in het criminele milieu.

 

Aan het begin van de jaren-90 zou de regiopolitie Gooi- en Vechtstreek een onderzoek zijn begonnen waarbij regelmatig de namen van de Hakkelaar en Koos R. naar voren kwamen. De informatie over beiden werd beschikbaar gesteld aan de FIOD die ook al bezig waren met een onderzoek naar de Hakkelaar en R.. Volgens een analyse van de RCID van Gooi- en Vechtstreek zouden de Hakkelaar en R. een drugsorganisatie aansturen. De RCID zou van officier van justitie Valente de opdracht hebben gekregen te stoppen met onderzoek naar de Hakkelaar en R. omdat de FIOD hier al mee bezig was. Op 21 december 1992 zou door de RCID Gooi- en Vechtstreek informatie zijn verstrekt aan de FIOD over de voorbereidingen voor de invoer van een partij cocaïne. De grote man achter dit transport zou de Hakkelaar zijn, volgens de RCID. Bij de politie zou ook bekend zijn geweest dat de organisatie van de Hakkelaar en R. wekelijks zo’n 3 tot 5 kilo cocaïne naar Zwitserland smokkelde.

 

 

In het criminele milieu zou er van uit worden gegaan dat V. tien tot twintig moordbevelen op zijn naam zou hebben. De drugshandel van de Hakkelaar zou die van Charles Z. en Klaas Bruinsma in zeer ruime mate overtreffen. De Hakkelaar zou regelmatig verblijven in Marbella, waar zijn jacht “The City of Newport” lag. Hij zou zeker 2 bankrekeningen hebben gehad bij de beruchte Femis-bank. De rekeningen zouden de codenamen ‘Lekker’ en ‘Oxford’ hebben gehad. Er zou in totaal zo’n zestien miljoen gulden op de rekeningen hebben gestaan.

 

Op 3 januari 1995 verklaarde een voormalig opsporingsambtenaar voor het gerechtshof in Amsterdam dat de FIOD al in 1990 bezig was om via het door laten gaan van enorme hasjtransporten bewijs te verzamelen tegen de Hakkelaar. Engeland en Canada zouden daardoor overspoeld zijn met hasj. Volgens de ambtenaar zouden hij en zijn collega’s precier te horen hebben gekregen welke containers ze ongemoeid moesten laten.

Op 21 januari 1996 werd de Hakkelaar door een arrestatieteam gearresteerd in Hilversum. Later werd bekend dat hij twee weken daarvoor was aangehouden voor te snel rijden. Hij zou een boete hebben gekregen en die de dag erna contant hebben betaald bij justitie. De Hakkelaar werd ervan verdacht de leider te zijn geweest van een bende die tussen 1988 en 1996 meer dan 250.000 ton hasj zou hebben verhandeld, vervoerd en verkocht. Volgens justitie was met de arrestatie van de Hakkelaar de oplossing van een inbraak in het paleis van justitie in Amsterdam in januari 1996 een stuk dichterbij gekomen. De organisatie van de Hakkelaar zou ook te maken hebben gehad met de diefstal van sleutels van het cellenblok in het paleis va justitie. De advocaat van de Hakkelaar noemde de betrokkenheid van zijn cliënt bij de sleutelkwestie ‘onzin’.

 

 

Na zijn arrestatie werd er beslag gelegd op diverse bankrekeningen in Spanje en België. Vlak na zijn arrestatie stond er een artikel in de Panorama waarin een vroegere zakenrelatie beweerde dat de Hakkelaar een groep van 10 tot 15 lijfwachten in dienst zou hebben. Om in dienst te worden genomen moesten ze minstens 2 moorden hebben gepleegd. De organisatie van de Hakkelaar werd in de media in verband gebracht met minstens 15 moorden. Volgens het Algemeen Dagblad werd de Hakkelaar gearresteerd toen hij bij zijn schoonmoeder zuurkool zat te eten en naar Studio Sport zat te kijken. Een kind (Maruschka Verhoek) van 8 jaar oud van de Hakkelaar zou bij de arrestatie aanwezig zijn geweest.

 

 

 

 

De Hakkelaar zou een zakelijk belang hebben gehad in het Utrechtse Zandpad, een verzameling woonboten met prostituees.

Op 30 januari 1996 maakten de media bekend dat de Hakkelaar mogelijk vrij zou komen door een uitspraak van het gerechtshof in Den Haag. Het gerechtshof had het OM niet-ontvankelijk verklaard in een zaak tegen een lid van de Coral Sea-bende. De man, die als kok werkte aan boord van de Coral Sea, was veroordeeld tot 1 jaar cel, maar volgens het gerechtshof berustte zijn veroordeling mede op basis van een vervalst proces-verbaal, opgemaakt door leden van de douane-recherche.

De advocaat van de Hakkelaar, Max Moszkowicz, maakte bekend dat hij de uitspraak van het hof dezelfde dag nog zou gaan gebruiken bij zijn verzoek aan de Amsterdamse rechtbank om de Hakkelaar onmiddellijk vrij te laten. Het OM liet weten niet onder de indruk te zijn van het voornemen van Moszkowicz. Volgens officier van justitie Schaar zou de bewijslast in de zaak tegen de Hakkelaar anders zijn.

De Raadkamer van de Amsterdamse rechtbank besloot op 30 januari 1996 dat de Hakkelaar niet zou vrijkomen.

Op 22 april 1996 moest Johan V alias de Hakkelaar voor de rechtbank verschijnen tijdens een pro-forma zitting. Voor de zitting week de rechtbank van Amsterdam uit naar de zittingszaal van het gerechtshof aan de Prinsengracht. Volgens justitie was de rechtbank aan de Parnassusweg niet veilig genoeg in verband met een verbouwing. Tijdens de zitting werd bekend dat het OM kroongetuige Ad K. had toegezegd dat hij niet meer de gevangenis in hoefde, ook al werd hij zelf verdacht van betrokkenheid bij drugstransporten. Advocaat Moszkowicz noemde dat een ‘belediging en minachting van de rechtbank’ en hij eiste dat het OM niet-ontvankelijk zou worden verklaard en dat de Hakkelaar zou worden vrijgelaten. De Hakkelaar zelf wees de rechtbank op ‘de criminele sfeer’ die rond hem werd gecreëerd en dat zijn vriendin en kinderen daaronder zouden lijden.

 

 

Op 23 april 1996 verklaarde officier van justitie waarom het onderzoek naar de bende van de Hakkelaar nog niet in het eindstadium was. Volgens Witteveen verwachtte justitie binnen drie maanden buitengewoon belangrijk en belastend materiaal aan het dossier te kunnen toevoegen. Het onderzoek richtte zich op dat moment onder meer op contacten met mogelijke corrupte overheidsfunctionarissen.

 

Op 10 oktober 1996 werd een verzoek om beëindiging van het voorarrest van de Hakkelaar afgewezen. Volgens de rechtbank waren er nog voldoende gronden om hem vast te houden tot de start van de inhoudelijke behandeling van de rechtszaak op 3 december 1996.

 

Aan het begin van november 1996 verzocht de USA om de uitlevering van de Hakkelaar in verband met grootscheepse hasjsmokkel. Hij werd in dat land verdacht van de invoer via Canada van 85.000 kilo hasj.

 

Op 3 december 1996 begon de inhoudelijke behandeling van het proces tegen de Hakkelaar en zijn medeverdachten Koos R. en Bertus Kwarten.

 

Tegen de Hakkelaar werd op 13 januari 1997 een celstraf van 8 jaar geëist. Volgens het OM was hij de topman binnen de georganiseerde criminaliteit in Nederland.

 

De advocaten van de Hakkelaar bepleitte op 14 januari de niet-ontvankelijkheid van het OM. Volgens de advocaten waren de deals met de kroongetuigen ‘inbreuken op de procesorde’ en ‘een grove veronachtzaming van de belangen van de Hakkelaar en diens recht op een eerlijk proces’. Het pleidooi van de advocaten duurde, net als het requisitoir van het OM, ruim 7 uur. De advocaten lieten harde kritiek horen in de richting van het OM. “Er is een podium gecreëerd waarbij de figuur de Hakkelaar mytische vormen heeft aangenomen. Liquidaties, ontsnappingspogingen uit de gevangenis, beraamde bomaanslagen op officieren van justitie, aanslagen op de kroongetuigen… van alles wordt hij beticht. Maar Johan kan in zijn positie nog niet eens het ventiel uit de fiets van hoofdofficier van justitie Vrakking losdraaien. Hij zit vast in Vught. Het enige wapenfeit van deze verdachte is dat hij ervan wordt verdacht dat hij meer dan gemiddelde hoeveelheden hasj heeft ingevoerd. De rest is broodje aap”, aldus Max Moszkowicz.

 

Op 23 januari 1997 bevestigde officier van justitie Schaar dat de Verenigde Staten het OM in Amsterdam hadden verzocht om de Hakkelaar aan te houden voor uitlevering na de uitspraak in zijn strafzaak.

 

Op 6 februari 1997 werd de Hakkelaar door de rechtbank tot 6 jaar cel veroordeeld. De Hakkelaar zou na de uitspraak tegen Max Moszkowicz hebben verklaard: “Op naar de volgende ronde!”.

 

De Hakkelaar was volgens de rechtbank ‘gedurende een reeks van jaren de leider bij uitstek van een omvangrijke criminele organisatie, die zich richtte op het internationale vervoer, de aflevering en de verkoop van zeer grote hoeveelheden hasj, welke activiteiten grote illegale geldstromen genereerden.’ Volgens officier van justitie N. Schaar zou de Hakkelaar opdracht hebben gegeven tot de ontregelingscampagne bij justitie, waaronder een inbraak bij het OM in Amsterdam.

 

De fracties van PvdA, D66 en CDA in de Tweede Kamer reageerden opgelucht na de uitspraak.

Op 20 juni 1997 begon de hoger beroepzaak tegen de Hakkelaar. Volgens advocaat Moszkowicz was het OM niet ontvankelijk omdat in het onderzoek gebruikte meetapparatuur voor het nemen van hasjmonsters niet zou zijn aangemeld bij de Europese Unie. Het Europese Hof stelde op 30 april 1996 in het Securitel-arrest dat een dergelijke nalatigheid wettelijke regels ongeldig maakte.

 

Het begin van de inhoudelijke behandeling van de hoger beroepzaak stond gepland voor 8 september. Moszkowicz wilde graag uitstel van de zaak om eerst uit te zoeken of de gebruikte meetapparatuur wel wettig was.

 

Op 27 juni 1997 besliste het gerechtshof dat het Securitel-arrest alleen gold voor zaken waar het vrije verkeer van goederen binnen de Europese Gemeenschap aan de orde was en dat het arrest dus geen gevolgen zou hebben voor de zaak tegen de Hakkelaar en zijn medeverdachten.

 

De Hakkelaar eiste op 17 juli 1997 in een kort geding dat hij onder een normaal gevangenisregime zou worden geplaatst. Hij zat op dat moment vast in de Tijdelijk Extra Beveiligde Inrichting in Vught. Verhoek vond, in tegenstelling tot het OM, dat hij niet vluchtgevaarlijk was. De advocaat van de Hakkelaar vond bovendien dat hij door het zware regime in de verdediging van zijn cliënt werd belemmerd.

 

In september 1997 spande de Hakkelaar bij het gerechtshof in Amsterdam een procedure aan waarin hij eiste dat strafvervolging zou worden ingesteld tegen Fouad A.. Volgens V. had het OM nooit een transactie van 1,8 miljoen gulden mogen aangaan met A.. Zo’n transactie zou niet bedoeld zijn voor de Opiumwet. Daarom moest A. in de ogen van de Hakkelaar gewoon worden vervolgd voor de door hem gepleegde misdrijven, vooral deelname aan hasjsmokkel en lidmaatschap van een criminele organisatie. Het gerechtshof verklaarde de Hakkelaar echter niet-ontvankelijk omdat hij geen belanghebbende zou zijn.

 

Op 7 november 1997 diende de Hakkelaar een klacht in tegen twee medewerkers van de FIOD. Volgens de advocaat van de Hakkelaar hadden de twee in 1995 bewust de Amsterdamse rechtbank misleid door valse verklaringen van kroongetuige Ad K. in te dienen.

 

In hoger beroep werd er op 29 december 1997 zeven jaar geëist tegen de Hakkelaar De eis was lager dan de eis voor de rechtbank omdat hij al 2 jaar van zijn voorarrest in de strengste gevangenis van Nederland had gezeten.

 

De Verenigde Staten vroegen Nederland in januari 1998 officieel om de uitlevering van de Hakkelaar. De Amerikanen verdachten hem van grootscheepse invoer van hasj.

 

Op 30 januari 1998 werd de Hakkelaar door het gerechtshof in Amsterdam tot 5,5 jaar celstraf en een boete van één miljoen gulden veroordeeld. Het Openbaar Ministerie besloot medio februari 1998 dat het niet in cassatie zou gaan tegen het arrest van het gerechtshof in de zaken tegen de Hakkelaar en Koos R. De advocaten gingen wel in cassatie.

 

In april 1998 werd Johan V alias de Hakkelaar overgeplaatst van de EBI in Vught naar de gevangenis in Lelystad, waar hij zijn straf zonder beperkende maatregelen zou uitzitten.

 

Op 10 februari 1999 werd bekend dat de USA het verzoek tot uitlevering had ingetrokken en dat de Hakkelaar mogelijk in september 1999 vrij zou komen.

 

Op 5 april 1999 verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep in de zaak tegen de Hakkelaar. De uitspraak van het gerechtshof bleef daarmee in stand. De Hoge Raad keurde de deals die het OM met de kroongetuigen goed, maar vond het niet door de beugel kunnen dat zij helemaal geen straf kregen.

 

Op 24 oktober 1999 werd bekend dat de Hakkelaar sinds 17 september 1999 vrij man had kunnen zijn, maar dat hij nog vast blijft zitten tot 18 maart 2000, omdat hij weigerde de boete van 1 miljoen gulden te betalen.

 

Op 6 maart 2000 meldden de media dat de Belastingdienst een week later zou gaan eisen dat de Hakkelaar een belastingschuld van ruim een half miljard gulden zou moeten betalen. De Hakkelaar zou op 17 maart vrijkomen en de zaak rond de belastingschuld diende vier dagen voor zijn vrijlating. Volgens de Belastingdienst moest de Hakkelaar nog 13 belastingaanslagen betalen, uit de periode 1989 tot 1997.

 

Op 13 maart 2000 vroeg de belastingdienst in een kort geding de rechter om toestemming om de Hakkelaar tijdelijk te gijzelen. De belastingdienst was bang dat de Hakkelaar naar het buitenland zou vluchten. de Hakkelaar liet via zijn advocaat weten dat hij geen geld had en dat hij niet van plan was om te vluchten. De rechtbank besliste op 16 maart dat de Hakkelaar maximaal 1 jaar gegijzeld mocht worden.

 

Op 3 juli 2000 eiste de Hakkelaar in een kort geding onmiddellijke opheffing van zijn gijzeling.

 

Op 3 juli 2007 werd de Hakkelaar gearresteerd op een landgoed in ‘s-Gravenland in een onderzoek naar het witwassen van losgeld van de Heineken-ontvoering. Een aantal bordelen van Cor van Hout zouden volgens justitie begin 2007 door Rob G. zijn overgedragen aan katvangers van de Hakkelaar, waaronder zijn vriendin (Marie José van E) Justitie denkt dat de panden zijn betaald met drugsgeld. De Hakkelaar had op het moment van de arrestatie nog een belastingschuld openstaan van ruim 100 miljoen euro.

 

Op 16 juli kwam hij weer vrij. Er zouden onvoldoende aanwijzingen zijn voor zijn rol bij het witwassen van een deel van het Heineken-losgeld. Zijn advocaat, mr. Bram Moszkowicz, betoogde dat voor de stelling van justitie, dat de Hakkelaar via katvangers zou hebben geïnvesteerd in prostitutiepanden op de Achterdam in Alkmaar, bewijs ontbreekt. De rechtbank bleek dat met hem eens en liet de Hakkelaar voorlopig vrij. Hij blijft wel verdachte.

 

Op 5 november 2009 besloot het gerechtshof in Amsterdam in hoger beroep dat justitie de Hakkelaar niet meer strafrechtelijk mag worden aangepakt. De belastingdienst zou nog bijna 140 miljoen euro te vorderen hebben van de Hakkelaar. Het gerechtshof verklaarde het OM niet ontvankelijk omdat justitie niet van de ingeslagen civielrechtelijk weg mochten afwijken. In 2004 was justitie toch een strafzaak aanhangig gemaakt. Het gerechtshof vond dat in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde. De Hakkelaar werd in 2004 nog tot 2 jaar cel veroordeeld door de rechtbank.

 

 

Op 9 oktober 2012 werd de Hakkelaar op 58-jarige leeftijd gearresteerd op verdenking van witwassen. Op dezelfde dag werd in zes woningen en twee bedrijven in Amsterdam, Medemblik, Bussum, Soest en Hilversum gezocht naar aanwijzingen voor het vermogen waarvan de Hakkelaar en zijn naasten in de visie van de opsporingsdiensten nog altijd riant leefden. Er werd daarbij beslag gelegd op computers, administratie, mobiele telefoons, auto’s, een boot en een caravan. Tevens werden 5000 xtc-pillen, een partij MDMA, een vuurwapen en een tablettemachine aangetroffen in de woning van Johan V. junior.

 

Het voorarrest van de Hakkelaar werd op 12 oktober met twee weken verlengd

 

Dit zag niemand aankomen ” de brief ” Holleeder / Dochter Hakkelaar

 

Post voor mijn ”biologische vader” Johan V alias de Hakkelaar

 

NIEUW / Bericht voor Johan V alias de Hakkelaar 2

 

Johan Verhoek, alias De Hakkelaar en Astrid Holleeder gezamenlijk de nachtelijke uren op camping Het Monnikenbos in Soest.

 

Ordinaire stiekem opgenomen #Hakkelaar tapes

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *