De Delta organisatie

 

 

Na de dood van Klaas Bruinsma dacht Justitie dat ook zijn organisatie uiteen zou vallen. Maar eind 1992 ontdekte men dat er een nieuwe, veel hechtere organisatie van was gemaakt. De leider zou Etienne U. zijn. De top van de organisatie zou uit drie man bestaan: U., een advocaat en een zakenman. De advocaat bedacht witwasconstructies en de zakenman regelde de logistiek. Onder dit driemanschap bestond een middenkader (± 7 man). Ook daar was een taakverdeling, zoals de divisie drugs en contacten ontmoette de politie. Onder in de organisatie stonden een groot aantal uitvoerders die hun opdrachten kregen van het middenkader.

 

 

Het IRT probeerde de organisatie op te Rollin door, m.b.v. een infiltrant, drugs aan te voeren en dan te hopen dat de leiders zich ontmoette de handel zouden bemoeien. Dit gebeurde echter niet en ondertussen werd de organisatie gigantisch rijk. De actie werd uiteindelijk afgeblazen en leidde tot de val van het IRT. In december 1996 werd een groot deel van Delta opgerold. Er werden meerdere-verricht en ook de geldstroom werd aangepakt.

 

Volgens meerder bronnen bestaat er helemaal geen organisatie die is voortgekomen uit de organisatie van Bruinsma. De zogenaamde Delta Top: Etienne U., een zakenman en een advocaat, zou niet betrokken zijn geweest bij de organisatie die rijk werd van het gecontroleerd doorleveren van drugs deur Justitie. Vooral corrupte rechercheurs en douaneambtenaren zouden rijk geworden zijn door de drugshandel.

 

In september 1998 diende het hoger beroep voor het Hof in Amsterdam. De het hoger beroep werd duidelijk dat er door het OM grote fouten waren gemaakt in de zaak. Zo bleken rechercheurs van de CID zeer inhoudelijk voorbereid te zijn op hun getuigenverhoren in de zaak. Ze hadden minutieuze vragenlijsten ontvangen. Volgens de aanklager waren de trainingen alleen zo om de stressbestendigheid van de agenten te verhogen.

 

Ook bleek dat agenten van het onderzoeksteam, dat onderzoek akte naar U., bezoekjes had gebracht aan gedetineerden in de USA om meer bewijs tegen U. te verzamelen. Dit gebeurde maar achter de rug om van de procureur-generaal en van de verdediging. De een getuigenverhoor onder ede zou de aanklager volgens de verdediging bovendien meineed hebben gepleegd.

 

Op 28 september 1998 besloot het Gerechtshof in Amsterdam dat de blunders van het OM door de volledige vingers werden gezien en dat de zaak voortgezet zou worden. Wel uitte de president van het Gerechtshof fors kritiek op de aanpak van het OM.

 

Er zouden door het IRT in de Delta-zaak zeker 6 drugstransporten (XTC) naar Engeland zijn doorgelaten. Op 13 januari 1993, 27 januari 1993, 19 februari 1993, 16 maart 1993, 20 maart 1993 en op 28 april 1993.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *