Ad Karman – 001

Ad Karman Bijnaam: “De Grijze"

 


Ad Karman was een Amsterdamse garagehouder die de chef laden en lossen zou zijn van het Octopus-syndicaat. Hij werd gearresteerd in Parijs op 8 februari 1993 op verdenking van het verhandelen van 140 kilo hasj. In maart 1993 werd hij tot 2 jaar cel veroordeeld. Toen hij nog een half jaar moest zitten in Frankrijk werd hem verteld dat hij in Nederland nog eens een lange straf zou moeten uitzitten. Ad Karman had een panische angst voor gevangenissen en beloofde te praten over Johan V., als hij versnelt naar Nederland gehaald zou worden. Dat werd hem toegezegd. Er was echter al om zijn uitlevering verzocht en op het moment dat zijn straf in Frankrijk erop zat, werd hij nog eens 5 maanden vastgehouden in afwachting van uitlevering aan Nederland. Hij werd uitgeleverd en belandde gelijk in een Nederlandse cel. Zijn advocaat adviseerde hem zich te beroepen op zijn zwijgrecht. Vanaf dat moment zou justitie Ad Karman hebben voorgehouden dat de advocaat in opdracht van Johan V. zou werken. Karman werd naar een verhoor locatie gebracht en legde vele verklaringen af, terwijl zijn advocaat processen-verbaal ontving waarin stond dat Karman gebruik maakte van zijn zwijgrecht. Karman werd zelf verdacht van de betrokkenheid bij de smokkel van 288.000 kilo hasj. Als hij voor die verdenking veroordeeld zou worden dan zou die straf niet ten uitvoering gelegd worden. Hij kreeg van het Openbare Ministerie de status van bedreigde getuige.

De rechtbank besloot op 5 december 1993 dat kroongetuigen Fouad Abbas en Ad Karman achter gesloten deuren zouden worden gehoord. Karman verscheen diezelfde dag nog voor de rechtbank, vermomd met bril, baard en snor en geflankeerd door veiligheidsmensen in kogelwerende vesten. Hij verklaarde dat Johan V. de leider was van de drugsorganisatie en dat Koos R. zijn rechterhand was. Karman liet weten dat hij, nadat hij door Frankrijk aan Nederland was uitgeleverd, aanvankelijk gefantaseerde verklaringen op papier liet zetten omdat de advocaat die hem bijstond zou hebben gewerkt voor V.. In 1996 kreeg Karman een hersenbloeding. Ook werd een bloedprop in zijn halsslagader ontdekt.

Op 7 augustus 1997 werd een jaar celstraf, waarvan een half jaar voorwaardelijk, geëist tegen de 52-jarige Karman. Op 21 augustus werd de vervolging van Karman door de rechtbank in Amsterdam ongeldig verklaard. De rechtbank had geen goed woord over voor de deal die het OM met hem had gemaakt. De deal zou volgens de rechtbank “onwettig” zijn geweest. De rechtbank noemde het een “ernstige schending” van de goede procesorde en een “ondermijning” van de rechterlijke uitspraken.

Op 30 september 1997 werd Karman verhoord voor het gerechtshof. Hij bleef bij zijn belastende verklaringen over Johan V. en Koos R. Karman werd tijdens de zitting voor de pers en het publiek verborgen achter een kamerscherm. Ook droeg hij een pruik en snor. Karman  verklaarde dat zijn hele leven was veranderd sinds hij een deal had gesloten met justitie en dat hij spijt had dat hij had meegewerkt. Hij zou diepongelukkig door het leven gaan en op wisselende locaties worden bewaakt door zwaarbewapende beveiligingsagenten. Karman vond dat hij zichzelf daarmee in feite tot levenslang had veroordeeld.

Op 6 oktober 1997 verklaarde de ex-vriendin van Ad Karman dat het OM K. 200.000 gulden had toegezegd als hij zou belastende verklaringen zou afleggen tegen o.a. Johan V... Ad Karman en officier van justitie Teeven hadden eerder verklaard dat Karman geen geldelijke beloning in het vooruitzicht was gesteld. De ex-vriendin verklaarde verder dat Karman 1,2 miljoen Duitse marken op een geheime bankrekening in Oostenrijk had staan. Het OM in Amsterdam ging naar aanleiding van de verklaring van de ex-vriendin onderzoeken of het klopte dat Karman een dergelijk bedrag op een bankrekening had. Justitie had het vermogen van Karman tot dan toe op 100.000 gulden geschat. Officier van justitie Teeven sloot niet uit dat eventuele criminele winsten alsnog van Karman zouden worden afgepakt.

Op 14 november 1997 besloot de rechtbank in Amsterdam dat Karman als getuige zou worden gehoord in het proces tegen Etienne U. Volgens het OM zou Karman verklaringen kunnen geven over Pakistaanse drugshandelaren die behalve aan Johan V., ook aan U. hasj zouden hebben geleverd.

Op 4 juni 1998 bepaalde het gerechtshof in Amsterdam dat het OM niet-ontvankelijk was in de vervolging van Karman De rechtbank was eerder tot dezelfde uitspraak gekomen. Volgens het gerechtshof was Karman ‘een kwalijke en onrechtmatige toezegging’ gedaan in de zaak tegen Johan V. Het OM had Karman toegezegd dat hij een eventueel opgelegde celstraf niet zou hoeven uit te zitten. Zowel de rechtbank als het gerechtshof vonden dat de wet het OM verplichtte om een door de rechter opgelegde straf onverkort uit te voeren.
In 2000 zouden leden van de bende van Johan V. precies hebben geweten waar Ad Karman zich bevond.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *