Onthulling zaak #Goudsnip

 

#Onthulling geheim.
Waarom Astrid Holleeder maar onder een voorwaarde een getuigenis tegen Willem Holleeder af te leggen, dat de mensen die last hebben gehad met de zaak Goudsnip buiten schot blijven. 

Omdat :  

Een persoon buitenschot moet blijven. Die met alle drie deze punten in verband staat. Namelijk : 

  • In het dossier Goudsnip staat deze persoon ook als financier. Stuk uit dossier staat hieronder.Van E. en L.:
    – zij zijn rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Awb (inleiding);
    – in het besluit is niet ingegaan op de zienswijze en er is sprake van vooringenomenheid;
    – aan de hand van schriftelijke stukken hebben zij de legale herkomst van hun inkomen en vermogen aangetoond;
    – de uit het Goudsnip-onderzoek gebruikte informatie betreft enkel CIE-informatie; er zijn geen feiten en omstandigheden die dezelfde richting uit wijzen;
    – er is niet goed onderbouwd, dat de panden aan de Achterdam 20-26 met drugsgeld zouden zijn gefinancierd, daarnaast is er naast de CIE-informatie geen andere informatie beschikbaar die in dezelfde richting wijst;
    – het besluit bevat slechts vermoedens;
    – de door V. gepleegde strafbare feiten zijn gedateerd;
    – de rechtbank heeft tot opheffing van het beslag besloten. Het OM heeft onvoldoende onderbouwd dat de panden niet met eigen geld zijn gefinancierd;
    – van een zakelijk samenwerkingsverband als bedoeld in de wet Bibob is geen sprake. Uit de huur/exploi-tatieovereenkomst volgt dit in ieder geval niet;
    – een omzetafhankelijke huurprijs is gebruikelijk en er is geen sprake van invloed op de uitoefening van exploitatie;
    – er is geen relatie met V.;
    – de inkomsten op jaarbasis van de verhuur van de panden zijn niet zo groot;
    – er zijn geen feiten aangedragen, waaruit blijkt dat Van E. en L. in relatie staan tot de handel in verdovende middelen door V.;
    – de weigering op grond van artikel 3 lid 1 sub b is niet mogelijk. Er is geen samenhang tussen de strafbare feiten en de activiteiten waarvoor de vergunning is aangevraagd;
    – de gemeente is aansprakelijk op grond van artikel 6 Evrm. De intrekking van de vergunning beoogt leed toe te voegen, zodat er sprake is van een ‘criminele charge’ in de zin van het Evrm. Het besluit is in strijd met artikel 6 Evrm;
    – voorts is het besluit in strijd met artikel 1 eerste protocol Evrm. Er is een verplichting tot schadevergoeding.
    -er is sprake van een motiveringsgebrek;
    -er zijn geen strafbare feiten begaan en deze zullen ook in de toekomst niet worden begaan door middel van de vergunning van de Maatschap Nool cs;
    – er kunnen voorwaarden in de te verlenen vergunning worden opgenomen;
    – het door Van Bergen geleende geld is niet afkomstig uit de door V. gepleegde drugsdelicten;
    – de legale herkomst van de middelen van Van Bergen en H. kan worden aangetoond;
    – Van E. en L. zijn geen stromannen voor V. en maken zich niet schuldig aan witwassen;
    – Van E. en L. zijn niet gedagvaard;
    – de verklaringen van Van der Bijl zijn onbetrouwbaar;
    – de vragen die aan HIG zijn gesteld zijn buiten proportioneel en niet realistisch;
    -de administratieve maatstaf van HIG is alleen van toepassing op grote internationale ondernemingen;
    – in het HIG-rapport zijn geen relevante opmerkingen gemaakt over de huurpenningen;
    – het HIG-rapport en het Bibob-advies bevatten geen enkele aanwijzing voor het faciliteren van witwassen;
    – het HIG-rapport moet op dezelfde wijze worden getoetst als het Bibob-rapport.
    -Robbie Grifhorst, Netty van Schijndel, Cesar Beheer BV, NV Levensvreugd Proporties en Montana Publiciteitsbureau BV zijn belanghebbende bij het weigeringsbesluit;
    – Grifhorst is de enig eigenaar van de Antilliaanse vennootschappen;
    – Grifhorst is eigenaar van een aantal panden en nimmer verdachte geweest inzake de Heineken-ontvoering;
    -het enkele vermoeden dat de panden zouden zijn aangekocht met het door de Heineken-ontvoering verkregen losgeld is onvoldoende om Grifhorst als crimineel aan te duiden;
    -het staat niet vast dat het losgeld daadwerkelijk is geïnvesteerd in de panden;
    -het is niet zichtbaar of kenbaar, dat de panden zijn aangekocht met het losgeld door Van Hout of Holleeder;
    – van een zakelijk samenwerkingsverband is geen sprake;
    – er is geen sprake van samenhang als bedoeld in artikel 3 lid 1 sub b wet Bibob;
    – het feitencomplex waar het in de kern om gaat is niet gerelateerd aan de exploitatie;
    – de exploitatie als zodanig heeft niet geleid tot het plegen van strafbare feiten;
    – Tangenberg handelt uitsluitend als gemachtigde van de Antilliaanse vennootschappen en handelt zoveel mogelijk in overleg met Grifhorst;
    – er is geen sprake van een valse loonopgave dan wel successieaangifte;
    – de panden waren niet van Van Hout, maar behoren sinds medio jaren negentig in eigendom toe aan Grifhorst;
    – Montana Publiciteitsbureau BV is slechts huurder van de panden, gelegen aan de Achterdam 3-5. In die panden is niet met crimineel geld geïnvesteerd;
    – de waardering van de door Van Hout met de belastingdienst gesloten vaststellingsovereenkomst is onjuist, anders zou er sprake zijn van een dubbele witwas;
    -de verklaringen van Van der Bijl zijn volkomen onbetrouwbaar en onwaar;
    – de afgifte van het losgeld aan Grifhorst wordt ontkend;
    – de gebruikte CIE-informatie is onvoldoende om dit aan te nemen
    Grifhorst
    ,,In de zienswijze die namens Grifhorst is ingediend en in de brief van 11 oktober 2006 aan S. Hagen staat opgenomen dat Grifhorst eigenaar/100 % aandeelhouder is van deze vennootschappen. Dat wordt echter niet met stukken onderbouwd. Ook wordt niet onderbouwd sinds wanneer Grifhorst 100% eigenaar/aandeelhouder zou zijn. Tijdens de hoorzitting van 11 juni 2009 heeft zijn gemachtigde slechts te kennen gegeven dat zijn aandeelhouderschap geregistreerd zou staan bij de bestuurder van de vennootschap. Dit blijkt echter niet uit overgelegde stukken. Bovendien is de registratie van aandeelhouders niet in open bronnen te verifiëren. Daarnaast zal de trustmaatschappij ook niet bereid zijn deze gegevens vrijwillig te verstrekken.”
    ,,Daarbij is bovendien van belang dat Grifhorst over de verkoop van de aandelen van de Antilliaanse vennootschappen het volgende verklaard heeft: ‘Ik heb de aandelen verkocht. Aan wie ik ze verkocht heb, wil ik niet zeggen. Ik wil ook niet zeggen of ze aan een of meerdere personen zijn verkocht. Voor welk bedrag ik ze heb verkocht, kan ik me niet meer herinneren. Als ik het zou weten, zou ik het u ook niet willen zeggen. Ik heb het geld in contanten in het buitenland ontvangen. Waar in het buitenland wil ik ook niet zeggen’.”
    ,,Uit taps blijkt dat Grifhorst aan Roel Tangenberg opdrachten geeft ten behoeve van de overdracht van panden gelegen aan de Achterdam. Twee van deze panden zijn verkocht aan de echtgenote van Grifhorst, Netty van Schijndel. Ook zijn in januari 2007 via aanwijzingen van Grifhorst aan Tangenberg panden verkocht aan Van E. en L., respectievelijk de (ex-)partners van V. en H.. Het vermoeden bestaat, dat Van E. en L. daarbij hebben opgetreden als stromannen van V.. Bovendien bestaat het vermoeden dat Van Bergen (financier) als stroman is opgetreden voor V..”
    ,,Het feit dat de rechtbank Amsterdam op 26 februari 2008 heeft bepaald dat het beslag, dat op de panden van L. en Van E. is gelegd, is opgeheven maakt dit niet anders. De rechter heeft in die zaak niet inhoudelijk getoetst of Bertus H., G.W.M. van Bergen, Liesje L. en Marie-José van E. stromannen zijn van Johan V. De officier van justitie zal waarschijnlijk inhoudelijk op deze vraag willen ingaan tijdens de rechtszaak die naar verwachting uit het Goudsnip-onderzoek zal voortvloeien.”
    ,,Uit taps blijkt dat Grifhorst aan Roel Tangenberg opdrachten geeft ten behoeve van de overdracht van panden gelegen aan de Achterdam. Twee van deze panden zijn verkocht aan de echtgenote van Grifhorst, Netty van Schijndel. Ook zijn in januari 2007 via aanwijzingen van Grifhorst aan Tangenberg panden verkocht aan Van E. en L., respectievelijk de (ex-)partners van V. en H.. Het vermoeden bestaat, dat Van E. en L. daarbij hebben opgetreden als stromannen van V.. Bovendien bestaat het vermoeden dat Van Bergen (financier) als stroman is opgetreden voor V..”
    ,,Het feit dat de rechtbank Amsterdam op 26 februari 2008 heeft bepaald dat het beslag, dat op de panden van L. en Van E. is gelegd, is opgeheven maakt dit niet anders. De rechter heeft in die zaak niet inhoudelijk getoetst of Bertus H., G.W.M. van Bergen, Liesje L. en Marie-José van E. stromannen zijn van Johan V. De officier van justitie zal waarschijnlijk inhoudelijk op deze vraag willen ingaan tijdens de rechtszaak die naar verwachting uit het Goudsnip-onderzoek zal voortvloeien.”

    van Schijndel. In een anonieme tip die bij de belastingdienst is binnengekomen wordt Grifhorst genoemd als iemand die zaken heeft gedaan met Holleeder, John Mieremet, Willem Endstra, Thomas van der Bijl, Cees Houtman en Van Hout.”
    ,,In januari 2007 zijn nogmaals vier panden op de Achterdam verkocht. Wederom geeft Grifhorst hiervoor aanwijzingen aan Tangenberg. Uit onderzoek komt naar voren dat de panden worden verkocht aan Van E. en L., de respectieve (ex-)partners van V. en H. De panden worden gefinancierd middels een eerste hypotheek van G.W.M. van Bergen en een tweede

    Enige betrokkenheid van Van E., L. en Van Bergen bij de aan- en verkoop van de bedoelde panden, blijkt niet uit het onderzoek. Maar dat geeft het het. Wie met de pek omgaat, wordt er mee besmeurd. Er werd wel veelvuldig contact waargenomen tussen Tangenberg, Grifhorst, H. en V.. De burgemeester: ,,Daarnaast is in ieder geval van Van E. bij de belastingdienst geen legale vorm van inkomen bekend. (…) De hypotheek aan L. wordt verstrekt door voornoemde H. Hiermee wordt het vermoeden versterkt dat zij niet voor eigen rekening opereren.”
    We doen er nog eentje bij. ,,Het vermoeden is – gelet op onder meer de CIE-informatie en onderzoeksbevindingen – dat Johan V. de werkelijke eigenaar is van de panden aan de Achterdam te Alkmaar en dat zijn vriendin Marie-José van E., Lies L. en G.W.M. van Bergen (hypotheekverstrekker) als katvanger optreden.”
    ,,Ten aanzien van de panden gelegen aan de Achterdam 20, 22, 24 en 26 geldt dat

    Dezelfde beschuldiging, vanuit een ander perpectief. ,,Uit het proces-verbaal van 13 juli 2007 blijkt dat vermoed wordt, dat V. de werkelijke eigenaar is van de panden aan de Achterdam te Alkmaar en dat Van E., L. en Van Bergen als katvanger optreden. Uit het kadaster blijkt dat L. en Van E. elk voor de onverdeelde helft eigenaar zijn geworden van de panden aan de Achterdam 20, 22, 24, en 26 te Alkmaar waarvan Walburga BV voorheen de eigenaar was. De aankoopprijs bedraagt € 1.020.000 exclusief kosten koper en vergunningen. Dit bedrag wordt gefinancierd door G.W.M. van Bergen met een hypotheek van € 400.000, Bertus H. voor een bedrag van € 100.000 en € 520.000, aan eigen middelen.

  • Deze G.W.M van Bergen is ook de eigenaar op papier van het zeiljacht van Johan Verhoek alias De Hakkelaar ”de minnaar” van Astrid Holleeder. Ook www.crimesite.nl vermeld dat Johan Verhoek alias de Hakkelaar jaren lang op dit zeiljacht in Medemblik in de haven verblijft.
  • Deze G.W.M van Bergen is ook de eigenaar op papier van de auto’s van Johan Verhoek alias De Hakkelaar ”de minnaar” van Astrid Holleeder.

 

Voor verdere informatie over zaak Goudsnip en de Achterdam verwijs ik naar dit boek.

Klik op deze link om het boek te kopen.

Een gedachte over “Onthulling zaak #Goudsnip

Geef een reactie